Header plaatsbew RTM paardentram 1920x500 px centraal deel breed 700 pixels

[OVV-2013]
Plaatsbewijzen voor de paardentram

3-3-2025

Marco Moerland

De eerste paardentramlijn van de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij werd op 1 juni 1879 geopend. Die lijn verbond de Beurs met de Crooswijkschekade. Het tarief voor een enkele reis bedroeg 10 cent. De tweede paardentramlijn volgde spoedig. Nog in dezelfde maand werd op 25 juni 1879 de iets langere lijn van de Beurs naar het Park in bedrijf genomen. Op die langere lijn was ook het tarief hoger, namelijk 12,5 cent (plaatsbewijs DX 2). In de concessievoorwaarden was vastgelegd dat op lijnen met een lengte van maximaal twee kilometer een tarief van ten hoogste tien cent toegestaan was. De lijn Beurs - Park was iets langer en het op winst gerichte trambedrijf probeerde qua tariefstelling het onderste uit de kan te halen.

NL RoMeO ovv rtmplb 1880 125 cent met traject DX 2 75x50 mm 1

Plaatsbewijs van 12,5 cent voor het gehele traject Willemsplein – Beurs of Park – Centraal Station. Het plaatsbewijs is uitgegeven na verlenging van 27 mei 1880 van de lijn Willemsplein – Binnenwegschebrug tot het Beursplein.

NL RoMeO ovv rtmplb 1880 coupon een sectie met traject O 186 75x50 mm

Coupon geldig voor één sectie, afgegeven aan een houder van een abonnementskaart. Het plaatsbewijs is geldig voor de trajecten Rhijnspoor – Beurs of Rhijnspoor – Wissel Gasfabriek (op de Oostzeedijk). Rhijnspoor is de oorspronkelijke naam van het Maas-station. De Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij had in 1855 de treinverbinding Rotterdam – Utrecht geopend. In 1890 ging de onderneming op in de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen.

NL RoMeO ovv rtmplb 1880 coupon twee sectien met traject A 1 75x50 mm

Coupon voor abonnementhouder geldig voor twee secties. In dit geval voor de trajecten Willemsplein - Beurs of Park - Centraalstation. De afmetingen van het origineel bedragen 75x50 mm.

NL RoMeO ovv rtmplb 1880 5 cent met traject BE 15 75x50 mm

Kort na opening van de eerste lijnen werd een sectietarief ingevoerd. In plaats van voor de gehele rit kon men vanaf dat moment tegen een gunstig tarief ook korte ritten maken. Dit i een plaatsbewijs van 5 cent dat geldig was op één der trajecten Rhijnspoor - Beurs, Park - Willemsplein of Rhijnspoor - Wissel Gasfabriek.

De relatief hoge tarieven - waarbij uitsluitend plaatsbewijzen voor het gehele traject verkrijgbaar waren - leidden na het in dienst nemen van meer lijnen al snel tot de invoering van een sectietarief. In januari 1881 werd er een proef genomen en vanaf 1882 werd het sectietarief algemeen toegepast. Vanaf dat moment kon het publiek voor een stuiver reeds een stukje met de tram meerijden (BE15).

NL RoMeO ovv rtmplb traject Beurs Willemsplein Park 125 cents J 136 48x27 mm

Plaatsbewijs van 12,5 cent voor de verbinding Beurs - Willemsplein - Park. De afmetingen zijn ten opzichte van vroegere kaartjes kleiner. Het traject wordt nog wel vermeld. De opmaak van de latere standaardkaartjes valt reeds te herkennen.

NL RoMeO ovv rtmplb sectiebiljet Willemsplein Park Beurs 5 cents 14 98x44 mm

Multifunctioneel sectiebiljet van 5 cents voor de lijn Willemsplein - Park - Beurs. De zes bestaande sectievarianten konden door de conducteur aangestreept worden. Het aantal verschillende plaatsbewijzen per lijn werd op deze manier beperkt.

De grote plaatsbewijzen van het oorspronkelijke model namen veel ruimte in de kaartendozen in. Bovendien waren er - toen het paardentramnet groter werd - steeds meer varianten nodig. Daarom werden de afmetingen van de enkele reizen gereduceerd (J136) en werd er voor het sectietarief één biljet per lijn ingevoerd (14). Daarop kon de conducteur het traject waarvoor het plaatsbewijs was uitgegeven, aanstrepen. Zo leidde voortschrijdend inzicht al vroeg tot rationalisering van het tramkaartjesbestand!

NL RoMeO ovv rtmplb 1 sectie 5 cents WW43 48x27 mm

Universeel sectiebiljet voor één sectie ter waarde van 5 cent. Deze biljetten konden op alle stadslijnen gebruikt worden.

NL RoMeO ovv rtmplb 2 sectien 10 cents AL 138 48x27 mm

Biljet voor 2 sectiën ter waarde van 10 cents. De afmetingen zijn 48 x 27 mm.

NL RoMeO ovv rtmplb 3 sectien 15 cents N 5 48x27 mm

Voor volledige ritten over de langste paardentramlijnen moest 15 cents worden betaald.

NL RoMeO ovv rtmplb contramark een sectie EX281

Universeel contramark voor één sectie.

NL RoMeO ovv rtmplb contramark twee sectien AX239

Contramark voor twee sectiën. Afgegeven nadat de conducteur twee sectiecoupons uit een abonnementsboekje had uitgescheurd.

NL RoMeO ovv rtmplb contramark drie sectien CB418

Contramark voor drie sectiën. Iedere versie had een herkenbare kleur.

Toen er meer tramlijnen kwamen werd de behoefte steeds groter om universele plaatsbewijzen te gebruiken die voor alle lijnen toepasbaar waren. Vanaf circa 1884 werd het traject van de lijn niet meer op de plaatsbewijzen vermeld. Het vanaf dat moment toegepaste basismodel is met kleine wijzigingen vele jaren gebruikt (plaatsbewijzen WW43, AL 138, N5, EX281, AX239 en CB418).

Pas op 1 oktober 1891 volgde een algemene tariefswijziging - feitelijk een verlaging - want voor elke stadsrit diende 7,5 cent betaald te gaan worden. Duurder voor de reiziger die gewend was één sectie te reizen, maar een stuk voordeliger voor hen die twee of meer secties reden. De hiermee bewerkstelligde reductie van het tarief op de langste afstanden van 50%, kon zelfs nog verder worden vergroot door abonnementscoupons te kopen die een extra reductie van 20% gaven! Die coupons werden in boekjes van 20 stuks verkocht tegen een prijs van f 1,25. De coupons werden in betaling genomen tegen een waarde van 7,5 cent. De regelmatige gebruikers van de tram konden dus een kwartje besparen bij het gebruik van zo'n couponboekje.

NL RoMeO ovv rtmplb enkele reis 75 cent AY01552 Benedictus

Enkele reis voor het stadsnet tegen een eenheidstarief van 7,5 cent. De naam van de drukkerij is aan de onderzijde van de biljetten vermeld.

NL RoMeO ovv rtmplb enkele reis 15 cent Overschie Benedictus

Voor het gehele traject van de intercommunale paardentramlijn Slagveld – Overschie moest 15 cent betaald worden.

NL RoMeO ovv rtmplb contramark K03694 Benedictus

Gelijktijdig met de enkele reizen kregen de contramerken een modernere opmaak met tekstblokken in kast.

NL RoMeO ovv rtmplb Omslag couponboekje 20 coupons

Omslag van een couponboekje ter waarde van F 1,25. In het boekje bevonden zich twintig genummerde coupons die ieder een waarde van 7,5 cent vertegenwoordigden.

NL RoMeO ovv rtmplb Vooruitbetaalde coupon 1 rit 57x36 mm

Coupon voor één rit op een stadslijn afkomstig uit een couponboekje. De letters RTM zijn in omslag en coupon geperforeerd.

Het stadstarief voor enkele reizen van 7,5 cent was ook geldig op het traject Slagveld - Heulbrug van de buitenlijn naar Overschie. Voor de gehele rit per paardentram naar Overschie moest men 15 cent betalen.
Bovendien werden binnen de stad ook overstapkaartjes ingevoerd. Die overstapjes waren ook geldig op het traject Slagveld - Heulbrug van de intercommunale paardentramlijn naar Overschie en op het stadstraject van Rotterdam naar Delftshaven in de tweede klasse van de stoomtram naar Schiedam. Het invoeren van het herziene tariefstelsel was een goede zet van de RTM-directie want het leverde tussen 1 oktober 1891 en 1 maart 1892 een inkomstenverhoging op van fl. 11.631,- op een totaalbedrag van fl. 115.154,74. Ruim tien procent!

NL RoMeO ovv rtmplb Overstapbiljet voorzijde

Voorzijde van een overstapbiljet met controlestrook. Na het overstappen op een andere stadslijn nam de conducteur het grote gedeelte in, de reiziger behield de controlestrook. Om fraude te voorkomen werd er iedere maand een nieuwe reeks biljetten uitgegeven.

NL RoMeO ovv rtmplb Overstapbiljet achterzijde met voorwaarden

Vermelding van de voorwaarden op de achterzijde van een overstapbiljet. De overstap op de buitenlijn naar Overschie of op de stoomtram naar Schiedam is expliciet omschreven.

Voor de nieuwe plaatsbewijzen die na de tariefswijziging van 1 oktober 1891 koos de stoomdrukkerij van de weduwe S Benedictus in Rotterdam een modernere vormgeving dan voorheen gebruikelijk was.  Het bedrag, de bedrijfsnaam en de voorwaarden werden nu in kast geplaatst waardoor er een helderdere opmaak gerealiseerd werd. De drukkerij - die ook andere waardepapieren zoals de aandelen voor de R.T.M. - drukte, was zich bovendien bewust van de publicitaire waarde van de naamsvermelding. Vanaf 1891 stond er in kleine letters op de plaatsbewijzen "Typ van Wed. S. Beneductus, Rotterd."

De afgebeelde plaatsbewijzen zijn afkomstig uit de collecties van Stichting NVBS Railverzamelingen (SNR) en Marco Moerland.

©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved

Website developed by SIER Activiteiten