NL RoMeO AFB drp 10436

[OVV-3005]
R.E.T. garages Lusthofstraat en Sluisjesdijk

1-2-2025

Pierre Pijpers

Reeds in het voorjaar van 1928 moesten door de R.E.T. autobuslijnen in dienst worden gesteld voor de bezoekers van de tentoonstelling NENIJTO (Nederlandse Nijverheidstentoonstelling).

NL RtSA 4282 XXXIII 337 01

Deze bezoekers moesten van de stations naar het tentoonstellingsterrein worden vervoerd. Omdat de bestelde bussen nog niet afgeleverd konden worden, huurde de gemeente enkele autobussen, waarvoor de nodige garageruimte moest worden gevonden.

Inmiddels werden ook plannen gemaakt voor de toekomstige exploitatie van autobuslijnen door de R.E.T. , waarvan enige reeds zeer spoedig in gebruik zouden moeten worden genomen. Er moest dus wel op korte termijn een tijdelijke garage met werkplaats voor de autobussen, welke op deze lijnen dienst moesten doen, worden ingericht.

Een plaats voor deze tijdelijke autobusgarage met werkplaats werd gevonden op het terrein van de voormalige gasfabriek dat tussen de Oostzeedijk en de Lusthofstraat was gelegen, waarbij van de op dat terrein aanwezige opstallen gebruik kon worden gemaakt. De omstandigheid dat dit terrein in de naaste toekomst voor woningbouw bestemd was, verhoogde het tijdelijke karakter van deze garage. Op dit terrein aan de Lusthofstraat bevond zich een overdekte ruimte, groot ongeveer 1000 m². De kap was in goede staat en de ruimte kon verder worden afgesloten met steengaaswanden en schuifdeuren, waardoor een garageruimte werd verkregen. De garage bood plaats aan een twintigtal autobussen. Een achter deze overkapping gelegen loods kon worden ingericht voor een kantoor voor de chef van de garage, een schaftlokaal, een afrekenlokaal voor de chauffeurs en een kantoor voor de controleurs.

320062 garage Lusthofstraat voor 1940

Garage Lusthofstraat voor 1940

Met deze zeer eenvoudige en sober ingerichte garage kon in mei 1928 met de exploitatie van enkele autobuslijnen van de R.E.T. worden begonnen. Sindsdien vond er een gestadige uitbreiding van het aantal autobuslijnen plaats, hetgeen ook verdere voorziening in de garagecapaciteit van de autobussen noodzakelijk maakte. Deze kon echter slechts op zeer primitieve en daardoor kwalitatief onvoldoende wijze geschieden. Al spoedig bleek dan ook, dat de tijdelijke garage niet aan redelijke eisen kon voldoen, met name wat betreft de accommodatie voor het daarin werkzame personeel. Er moest worden omgezien naar een goed geoutilleerde garage met werkplaats voor het autobussenbedrijf van de R.E.T.

De crisisjaren na 1929 brachten echter grote vertraging in de ontwikkeling van deze plannen, met name op financieel vlak, en het heeft tot 1938 geduurd voordat deze plannen meer vaste vorm hadden aangenomen. In verband met de toekomstige uitbreiding van het aantal buslijnen diende er te worden gerekend op een garage voor ongeveer 200 autobussen. Het was in de praktijk in het buitenland gebleken dat het niet wenselijk was om meer dan 200 autobussen in een garage onder te brengen. Een groter aantal leidt tot onoverzichtelijkheid en het risico dat bij brand een enorm deel van de vloot verloren gaat.

In verband hiermee moest een terrein worden gezocht van ongeveer 10.000 à 15.000 m² oppervlakte, waarop de definitieve garage voor de R.E.T kon worden gebouwd. Het heeft helaas een hele tijd geduurd voordat een geschikt terrein kon worden gevonden. Uiteindelijk kon in de loop van 1939 daarvoor een terrein aan de Sluisjesdijk ter beschikking worden gesteld. Spoedig daarna werd begin 1940 door de gemeenteraad een krediet van Fl. 1.160.000,00 toegestaan. Voor de bouw van de garage werd tevens besloten voor de financiering daarvan de medewerking van het werkfonds in te roepen.

Niet lang daarna in mei 1940 brak de oorlog met Duitsland uit. Het bombardement van 14 mei 1940, waarbij een groot gedeelte van het centrum van Rotterdam en ook een gedeelte van Kralingen werd vernield, dwong echter tot maatregelen. De autobusgarage aan de Lusthofstraat was net als het open parkeerterrein ernstig getroffen. Een deel van de loods en het smeerstation gingen verloren en van de oude ammoniakfabriek waar de nodige bussen en de werkplaats waren ondergebracht, bleven slechts de muren overeind. Van de 88 beschikbare voertuigen was een kwart vernield of ernstig beschadigd. De schade aan de gebouwen en het terrein werd snel hersteld en een deel van het terrein werd geasfalteerd en overdekt.

Eerst in augustus 1940 werden de plannen voor de bouw van de garage weer opgenomen en een nieuwe aanvraag voor het verlenen van krediet aan het college van B & W gedaan. Inmiddels waren de omstandigheden uiteraard belangrijk gewijzigd en moest alles plaatsvinden onder de druk van de bezetting. Inmiddels was het werkfonds door de bezetter opgeheven. In september 1940 werd echter door gedeputeerde staten van Zuid-Holland beslist dat het krediet van Fl. 1.160.000,00 kon worden toegestaan, zodat met de definitieve uitwerking van de plannen voor de bouw van de garage kon worden begonnen.

De Sluisjesdijk en omgeving: een plek niet zonder historie. Sinds 1828 was daar namelijk de begraafplaats van de gemeente Charlois gevestigd. De grond voor de stichting Hervormde Begraafplaats Sluisjesdijk was gekocht van Dirk vaan ‘t Zand, burgemeester van Hoogvliet. In 1923 werd de grond verkocht aan de gemeente, in verband met de aanleg van de Waalhaven. Voorwaarde was wel dat alle menselijke overblijfselen verplaatst zouden worden naar de nieuwe begraafplaats Charlois aan de Charloise Lagedijk. In de jaren daaropvolgend vond de ruiming plaats tegelijkertijd met de afgraving van de Waalhaven. In eerste instantie verscheen er een sportveld, maar vlak voor de Tweede Wereldoorlog startte de bouw van de garage vanwege het toenemend aantal autobussen.

Het spreekt vanzelf dat deze bouw in bezettingstijd zowel op de tijdsduur als op de kosten daarvan een ongunstige invloed uitoefenden. In oktober 1943 werden de kantoren (inclusief schaftlokaal en recreatiezaal), magazijnen, werkplaatsen, dienstwoningen en het ketelhuis opgeleverd. Hiermee werd de eerste bouwperiode beëindigd. Daarna werden slechts kleinere werkzaamheden uitgevoerd, teneinde een eventuele vordering van het gebouw door de vijand te voorkomen. Inmiddels dreigde een ander gevaar. De intussen opgetreden N.S.B.-directie van de R.E.T. trachtte de medewerking van de N.S.B. burgemeester van Rotterdam te verkrijgen om aan het gebouw een andere bestemming te geven. Men wilde hier namelijk zowel het hoofdkantoor van de R.E.T. alsmede de centrale werkplaats onderbrengen en daartoe een belangrijke uitbreiding geven aan het gebouwencomplex aan de Sluisjesdijk. Dit plan moet worden gezien als een poging om op dit belangrijke gebouwencomplex een persoonlijk stempel van de N.S.B.-directie te drukken en daarmee dus het vorige beleid te diskwalificeren. Het is hiertoe niet gekomen dankzij de tegenwerking welke dit plan ondervond, zowel bij de afdeling financiën en bedrijven van het stadhuis, alsmede de betrokken ambtenaren van het R.E.T.-bedrijf.

In april 1944 vorderde de Duitse weermacht het gereedgekomen gedeelte van het gebouw. Met moeite werd bereikt, dat een oppervlakte van ongeveer 1.000 m² ter beschikking van de R.E.T. werd gesteld, waardoor het mogelijk was het geheel te blijven observeren. In deze ruimte werd een gedeelte van de werkplaatsen van de garage Lusthofstraat ondergebracht. De Duitsers verlieten dit gebouw in september 1944. Vanzelfsprekend vertoonde het toen sporen van de bezetting. Onmiddellijk werd begonnen deze sporen zoveel mogelijk te verwijderen. Erger waren de beschadigingen, welke later werden aangebracht door de diverse terugtrekkende troepen, die voor enige dagen een pleisterplaats in deze gebouwen vonden. Gememoreerd zij hier nog dat de verwoesting van de haven- en kade installaties het gebouw belangrijke luchtdrukschade bezorgden. Steeds weer werd met goede moed aan de nodige herstellingen begonnen.

Zo naderde de bevrijding en reeds spoedig hierna werd het gebouw door de geallieerden in gebruik genomen. Door overleg kon worden bereikt dat de R.E.T. alle werkplaatsen van de Lusthofstraat naar het gereedgekomen gedeelte van de gebouwen aan de Sluisjesdijk kon overbrengen.

Met de bevrijding van Nederland bleken in mei 1945 nog 50 autobussen aanwezig waarvan een behoorlijk deel niet in rijdbare staat verkeerde. Ook de 11 uit Duitsland teruggevonden en 14 in andere plaatsen gebruikte R.E.T. bussen verkeerden in slechte staat. Hoewel het complex aan de Sluisjesdijk verre van voltooid was kon wel de werkplaats worden gebruikt om een aantal bussen weer in rijdbare toestand te brengen. De Sluisjesdijk was ook bedoeld als stalling en werkplaats voor de trolleybussen van de in de oorlogsjaren geplande en gedeeltelijk gerealiseerde trolleybuslijnen. De nabijheid van het traject door de Maastunnel maakte dat de Sluisjesdijk voor de trolleybus een goede uitvalbasis was.

Van de eigenlijke garage waren wel de betonpalen voor de fundering geslagen en was de stalen kap in de fabriek gereed gekomen. Met de eigenlijke bouw van de garage was men echter nog niet begonnen. Er werden dan ook onmiddellijk pogingen in het werk gesteld om het hele gebouwencomplex te voltooien. Welke pogingen met succes zijn bekroond en tot gevolg hebben gehad dat de garage met werkplaatsen etc. vanaf dat moment in gebruik konden worden genomen, ook al was alles nog niet geheel en al afgewerkt wegens de tijdsomstandigheden.

Het gebouwencomplex bestaat uit drie hoofdgedeelten, welke uit bouwkundig oogpunt gezien veel van elkaar verschillen. Het eerste gedeelte bevat de kantoren, de magazijnen en de kleinere werkplaatsen en begrenst de noordzijde en de oostzijde van het gehele complex. Het bestaat uit twee verdiepingen, terwijl het voor een deel onderkelderd is. Het tweede gedeelte is de grote werkplaats welke uit twee door kolommen gescheiden lengtevakken van elk ongeveer 84 m lengte en 15 m breedte bestaat. Verder nog een afzonderlijk gebouw voor de verwarmingsinstallatie, een dubbele dienstwoning en een portiersloge op het voorterrein tot het gebouwencomplex.

De eigenlijke garageruimte beslaat 100 bij 70 m en biedt plaats aan 200 autobussen. Hiermee had de R.E.T. de op dat moment grootste busgarage van het land.

320119 garage Sluisjesdijk 1947

Garage Sluisjesdijk

Op 10 april 1947 opende de Rotterdamse burgemeester P.J. Oud de busgarage Sluisjesdijk officieel. Met ingang van 13 april 1947 werd de autobusgarage aan de Lusthofstraat buiten gebruik gesteld.

Bouwtekening Sluisjesdijk 09  a

Bouwtekening garage Sluisjesdijk, 1941, (Gemeentewerken Rotterdam afd. Gebouwen)

Met de ingebruikname van het complex aan de Sluisjesdijk was het complete busbedrijf op één locatie samengebracht. Kantoren, werkplaatsen en ruimte voor 200 autobussen. Waar bij de ingebruikname 47 wagens aanwezig waren, waarvan 41 in de dagelijkse dienst, was er ruimte te over. Geen overbodige luxe zou al snel blijken want op 31 december 1949 was het aantal 132.

320083 garage Sluisjesdijk 1947

Tijdens de watersnood van 1 februari 1953 liep het complex aan de Sluisjesdijk onder en werd grote schade aangericht. Het weerhield echter het busbedrijf er niet van het vervoer van passagiers van ondergelopen tramsporen ter hand te nemen en daarmee als redder in de nood op te treden.

Het groeiend aantal passagiers, alleen al in 1955 ruim 15 procent, droeg bij aan een verdere uitbreiding van de vloot autobussen. Reden om een complex van de NV Handelscompagnie aan de Waalhaven over te nemen. Het lag naast de garage Sluisjesdijk en bood plaats aan 100 extra bussen.

De verbouwing voor het nieuwe doel nam geruime tijd in beslag en op 10 november 1958 vond de officiële ingebruikname plaats.

Ook op de rechter maasoever werd kort na de overname van het Allan-complex aan de Kleiweg in 1960 begonnen met de bouw van een busgarage. Deze werd op 5 juni 1961 opgeleverd, maar door enerzijds personeelsgebrek en anderzijds het ontbreken van een volautomatische wasmachine werd de officiële opening uitgesteld tot 14 januari 1963. Vanaf 1963 zorgde deze garage voor de huisvesting van de bussen van de noordelijke lijnen, terwijl de bussen van de zuidelijke lijnen alle aan de Sluisjesdijk waren gestationeerd.

Garage Sluisjesdijk 1947 1  a

Luchtfoto van het nieuwe garagecomplex aan de Sluisjesdijknet voor de opening in 1947.

Aan de Sluisjesdijk groeide de R.E.T. uit zijn jas dus toen de buren van de Handelscompagnie de locatie verlieten greep de vervoersmaatschappij haar kans. Zo werden in 1981 de vrijgekomen werkplaatsen en kantoren van de buren bij het buscomplex betrokken. Hier kwamen de werkplaats voor schadeherstel, de verfwerkplaats en de stoffeerderij. Later vestigden zich hier ook andere bedrijven die later weer verdwenen. Sindsdien is er weinig onderhoud gepleegd. De verf was al lang aan een nieuwe deklaag toe. Het meubilair was verouderd en de instructielokalen stonden leeg. De ramen waren dichtgespijkerd en de kozijnen van de dienstwoning  waren zelfs met houten platen dichtgetimmerd nadat krakers brand hadden gesticht.

In de nachtstalling was plaats voor de oude bussen die door de vrijwilligers van de Stichting RoMeO liefdevol worden opgeknapt.

Veel oude dieselbussen zijn inmiddels verkocht en vervangen door hybride en elektrische bussen.

Begin 2000 is de toegang die vanaf het begin aan de Sluisjesdijk was gesitueerd, verplaatst naar de zijde Waalhaven.

Gelet op de sluiting van de busgarage in Ridderkerk, welke eind 2012 door de R.E.T. in gebruik was genomen, nadat Qbuzz de vervoersconcessie in het gebied had verloren, werd een forse verplaatsing in gang gezet. De 40 bussen uit Ridderkerk kregen een plaats in de garage Sluisjesdijk. Daarnaast werd de garage voorzien van laadinstallaties voor elektrische bussen.

Na de sloop van het werkplaatscomplex aan de Kleiweg verrees een nieuwe centrale werkplaats met busremise die op 9 januari 2019 officieel werd geopend. De stalling van bussen vindt plaats in de open lucht. Hier vinden 125 emissieloze bussen een stallingsplek met laadplaatsen.

De calamiteitenvloot en de onderhoud- en reparatiewagens staan vanaf 1 juli 2022 in de nachtstalling Waalhaven.

Begin 2022 is het besluit genomen om naast de remise Beverwaard een nieuwe busgarage met werkplaatsen te bouwen. Hierdoor hebben stalling van autobussen en de werkplaatsen aan de Waalhaven-Sluisjesdijk hun langste tijd gehad.

Tot slot zou ik iets willen opmerken over het architectonisch aanzien van de busgarage Sluisjesdijk. Gestreefd werd door de desbetreffende architect van gemeentewerken naar een zo sober mogelijke vormgeving, waarbij mede in verband met het uitermate utilitaire karakter van de omgeving, te weten een industriegebied aan de Sluisjesdijk, deel uitmakend van het havencomplex, de nadruk uiteraard moest vallen op de zakelijke elementen, welke tezamen het karakter van het geheel bepalen.

Garage Sluisjesdijk 2014 15  a

RET garage Sluisjesdijk, 13 juni 2014 (foto: Carel Scholte)

Dit zakelijke karakter spreekt in het bijzonder in het garage interieur en heeft daar aanleiding gegeven tot een waarlijk indrukwekkende ruimte. Ook op de plaatsen waar aan bepaalde architectonische vormgeving diende te worden gedacht is het de architect de Hollander er kennelijk om te doen geweest deze elementen niet te doen domineren maar zich te beperken tot het creëren van een eenvoudig en rustig apparaat ten dienste van het trambedrijf. Terecht heeft hij er naar gestreefd slechts bij de hoofdingang iets meer te geven en hier als het ware het symbool te doen uitbeelden van het gehele complex. De hulp daarbij was ingeroepen van de schilder/beeldhouwer A. v.d. Plas, die een terracotta versiering ontwierp, betrekking hebbend op de ontwikkelingsgang van het vervoer. We zien er de vrije vogelvlucht, de trekschuit, de diligence, de draagkoets, de omnibus, de paardentram en tenslotte de elektrische tram en de autobus. Het geheel bekroond door het Rotterdamse wapen en de signatuur van het bedrijf.

Bronnen

Weekblad “De Ingenieur”  23 en 30 mei 1947

rovm-digitaal-ret bushuisvesting

Rotterdams Nieuwsblad 10 april 1947

Martin Wallast, 75 jaar autobussen in Rotterdam, Nieuwerkerk a/d IJssel 1981

Maurits van den Toorn, RET, Anderhalve eeuw Rotterdam en openbaar vervoer, Amsterdam 2017

©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved

Website developed by SIER Activiteiten