
[OVV-6027]
RET aanhangrijtuigen
René van der Beek
De RET had onderstaande series aanhangrijtuigen in gebruik.
Serie 291-300
Deze van de RETM (en oorspronkelijk nog van de RTM) afkomstige serie aanhangrijtuigen is niet door de RET verbouwd of vernummerd. Zij deden onder de RET-vlag het laatst dienst in de zomermaanden van 1930, waarna de sloop volgde. Slechts de 296 ontsprong de dans. Dit rijtuig werd in 1934 teruggebracht in de staat van een paardentram, welk nummer overigens nooit aan een paardentram had toebehoord. Het is als museumrijtuig bewaard gebleven.

RET museum-paardentramrijtuig 296, 1934. (foto Publiek Domein)
Serie 1127-1151
De serie motorrijtuigen 127-141, oorspronkelijk van de RETM, die na een eerste aanpassing door de RET in de jaren 1931/1932 in dienst waren gesteld, werden in de jaren 1938-1941 verbouwd tot de aanhangrijtuigen serie 1127-1151. Voorzien van de okergele kleur zijn de richting en de nummerfilmkasten gehandhaafd, maar alleen de laatste werden gebruikt. Ook de handrem bleef gehandhaafd. In 1947 werden de 1128-1133 gesloopt, de 1134 en de 1147-1149 volgden in 1949 en de resterende rijtuigen in 1950.

Aanhangrijtuig 1136, lijn 10, Westzeedijk, 10 nov. 1949
Serie 1152-1201
Ook de oorspronkelijke RETM series motorrijtuigen 152-201 ging over naar de RET en werd in 1931 voor dat doel verbouwd inclusief de kleurwisseling naar okergeel. Zij werden in de periode 1942-1964 buiten dienst gesteld maar voor 6 rijtuigen was een tweede leven weggelegd als aanhangrijtuig. In 1942/1943 werden de daarvoor vernummerde 1155, 1170, 1175, 1197, 1198 en 1201 verkozen.

Aanhangrijtuig 1175, ex motorrijtuig 175, lijn 10, Schiedamsevest, 15-8-1949 (foto: J.J. Overwater)
Ook hier werden alleen de lijnfilms nog gebruikt. In 1949 vond afvoer plaats.

Aanhangrijtuig 1175 (ex emr 175), lijn 10, Huygensstraat, 14-9-1949, (foto: Henk Mertens)
Serie 1261-1290 (261-290)
Van de RETM serie 261-290 werden in 1930 alleen de 261, 264, 265, 267, 281, 284, 285 en 287-290 verbouwd. Naast een gangpad voor de conducteur, de okergele kleur en lijncijferplaten kregen zij een '1' voor het nummer. De 277 werd in 1932 in dezelfde toestand gebracht. Het vandaag de dag bekende verschijnsel van reclametram ontstond in 1933 en 1934 toen de 262, de 263 en de 277 werden ingezet als reclametrams voor de Diergaarde, circus Sarrasani en de nieuwe Rittenkaarten. De 1281 is tussen 1938 en 1945 ook als reclametram en later voor goederenvervooer ingezet. De sloop volgde in 1947. De 18 niet gemoderniseerde aanhangrijtuigen gingen in 1935 buiten dienst en werden 2 jaar later gesloopt. De 1284 is als museumrijtuig in 1938 in zijn oorspronkelijke toestand teruggebracht en tevens van het oude nummer voorzien. De 1261, 1264, 1265, 1267, 1277, 1281, 1285 en 1287-1290 zijn in 1942 in opdracht van de bezetter verkocht aan Bremen.

Motorrijtuig 219, aanhangrijtuig 364, lijn 2, motorrijtuig 125, aanhangrijtuig 1281, lijn 14, Stationsplein, sept. 1930 (foto: H. Solle)
Serie 1301-1350 (301-350)
Ook deze oorspronkelijk RETM rijtuigen, 301-344 drieruiters en 345-350 vierruiters, zijn niet door de RET verbouwd. De 301, 311, 312, 316, 317, 319-322, 325, 331-334, 336, 343, 345-347 en 349 zijn afgevoerd. In 1929/1930 zijn de 302-308, 310, 313, 315, 318, 323, 326, 328-330, 337-342, 344, 348 en 350 vernummerd en kregen een '1' voor het nummer en werden 1931 gesloopt. De 1309, 1314, 1324, 1327 en 1335 zijn ingezet als goederenwagen en werden met uitzondering van de 1327 die was uitverkoren als museumwagen 327, in 1935 gesloopt.
Serie 1351-1406 (351-360/361-366/367-386/387-406)
Deze serie wagens bestond uit de RETM series 351-360, 361-366, 367-386 en 387-406. Vrij snel na de overkomst naar de RET in 1929 werden de aanhangrijtuigen vernummerd, maar de modernisering strekte zich uit tot 1937. Naast de nieuwe kleuren, balkondeuren waar nodig en het aanbrengen van lijnnummerfilmkasten boven op het dak, werd ook een optische signaalinrichting aangebracht. Vanaf 1949 vond de afvoer van deze serie plaats. De 1399 was bij het bombardement op 31 maart 1943 verloren gegaan en de 1352 waarvan na het verblijf in Duitsland slechts onderdelen terugkwamen werd in 1946 afgevoerd.

Aanhangrijtuig 1355, Olympiaweg, Feyenoord Stadion
De afvoer van de rest van de serie vond als volgt plaats; 1949: 1354, 1362-1366, 1369, 1372, 1375, 1378-1380, 1382, 1384, 1386, 1387, 1390, 1391, 1397, 1398, 1400, 1405 en 1406. In 1950: 1356, 1370, 1371, 1383, 1394, 1402. In 1951: 1360. In 1952: 1353, 1357-1359, 1374, 1377. In 1954: 1351, 1361, 1368, 1373, 1376. In 1956: 1395. In 1957: 1367, 1389, 1393, 1401 en 1403. In 1960 tenslotte volgden de 1355, 1381, 1385, 1388, 1392, 1396 en 1404.
In de RET periode werden de volgende aanhangrijtuigen aangeschaft:
Serie 1001-1020
Onder deze nummers heeft de RET twee series in dienst gehad. De eerste serie vierassige aanhangrijtuigen, waarvan de 1001-1005 door Allan en de 1006-1020 door Beijnes werd geleverd, werd in 1929 aangekocht samen met de grote serie vierassers, feitelijk al met de bedoeling deze 20 aanhangrijtuigen om te bouwen tot motorrijtuigen. Dat voornemen werd in 1931 uitgevoerd, maar tegelijkertijd werd aan het eind van dat jaar een nieuwe serie aanhangrijtuigen 1001-1020 afgeleverd. De eerste serie was dan ook al uitgerust met de dubbele deuren bij de bestuurderscabine. De eerste serie had een lengte van 11900 mm en de tweede serie was iets langer, 12100 mm. De radstand was met 1600 voor beide series hetzelfde, net als het gewicht van 13 ton en het aantal passagiers, 32 zitplaatsen en 30 staanplaatsen. Aanhangrijtuig 1013 werd in 1942 voorzien van een nieuw type draaistel.

De eerste serie kreeg na de verbouwing de motorwagennummers 451-470. De tweede serie werd met uitzondering van de 1016 die in 1962 na een aanrijding werd afgevoerd, gesloopt in 1965. Geen enkel aanhangrijtuig uit deze series is bewaard gebleven. De bij de Stichting RoMeO en de Tramweg Stichting aanwezige vierassige aanhangrijtuigen zijn verbouwd uit motorwagens.

Nassaukade, aanhangrijtuig 1001 achter motorrijtuig 505, lijn 2 extra, 17 aug. 1961 (fotograaf Henk Mertens)
Serie 1021-1056
Op het moment van levering in de jaren 1948-1950 was nog niet bekend dat het de laatste serie aanhangrijtuigen van de RET zou worden. De vier-assige door Allan geleverde wagens waren gelijk aan het type van de motorwagens 102-135 die overigens later werden geleverd dan de aanhangrijtuigen. Zij hadden een lengte van 13700 mm, een radstand van 2600 mm, een gewicht van 10,5 ton en beschikten over 34 zit- en 55 staanplaatsen. De 1021-1022 werden afgeleverd in 1948, de 1023-1052 in 1949 en de 1053-1056 in 1950. Daardoor reden zij tot 1951 toen de eerdergenoemde serie motorwagens werd afgeleverd, achter de in 1929-1931 afgeleverde series vierassers. Het lage gewicht werd bereikt door de toepassing van veel aluminium. Overigens werden de 1023-1031 afgeleverd zonder sluitlichten. Vermeldenswaard is ook dat bij de komst van de motorwagens 102-135 de aanhangrijtuigen moesten worden aangepast. Die aanpassing bestond uit het aanbrengen van schortplaten, noodremdrukknoppen op de middenbalkons en, voor zover het de aanhangrijtuigen 1022–1031 betrof, het aanbrengen van sterkstroomsluitlichten. Tevens werden de Siemens–Schuckert koppeldozen vervangen door Metropolitan-Vickers koppeldozen. De verbouwing van het eerste rijtuig, 1056, kwam gereed op 19 augustus 1950. Deze bleek achteraf bij de strippen naast het middenbalkon, esthetisch gezien, niet geheel geslaagd, zodat dit bij de volgende rijtuigen verbeterd werd. (met dank aan Theo Barten)

Aanhangrijtuig 1050, lijn 4, Goudsesingel, (foto: coll. Stichting RoMeO)
Van deze serie zijn enkele exemplaren zowel in goede als in slechte staat bewaard gebleven; het zijn de 1024 bij de EMA, de 1040 en de 1042 (Stichting RoMeO/Tramwegstichting) en de 1050 bij het Openlucht Museum in Arnhem. De overige rijtuigen zijn afgevoerd in 1969 en 1970.

Aanhangrijtuig 1050, lijn 12, Hilledijk, (foto: Henk Wolf)
©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved
Website developed by SIER Activiteiten