
[OVV-2015] Reclame bij de RET 1927-1945
René R. van der Beek
Van RETM naar RET: in gemeentelijke handen
Reclame op het dak, in de voertuigen en soms ook op de wachthuisjes, het was een gegeven waarmee niet alleen de OV-organisatie maar ook de passagiers gewend waren geraakt. Aangezien alle vormen van inkomsten welkom waren en het plaatsen van de dakreclame en de bordjes in de rijtuigen een routine was geworden, werd het proces voortgezet zoals men gewend was.
Dat het met de reclame als inkomstenbron niet zo goed ging, maakte de laatste jaren van de RETM al duidelijk. In het verslagjaar 1926-1927 bedroegen deze fl. 15.393,- waar deze twee jaar eerder nog ruim het dubbele, fl. 33.250,-, bedroegen. Het is aannemelijk te veronderstellen dat het stopzetten van het contract over de reclame met lichtbakken, daar een van de oorzaken van is. Maar dat was niet de enige oorzaak zoals we verder in dit artikel zullen zien. Niettemin waren de reclame-inkomsten in 1928 weer gestegen tot fl. 29.487,30.
Reclame in de rijtuigen Liepen aanvankelijk de met de RETM gesloten contracten met Nijgh & Van Ditmar's uitgeversmaatschappij door (op 11 april 1931 was nog een nieuw contract afgesloten), in 1934 vond de directie het tijd worden andermaal met elkaar rond de tafel te gaan zitten. Het leidde in mei van dat jaar als eerste tot een nieuwe overeenkomst betreffende reclame in de rijtuigen van de RET middels aanplakbiljetten, transfers en andere materialen welke door de RET op bestemder plaatse, te bepalen door de RET, zouden worden aangebracht.

Motorrijtuig 42, lijn 7, Parklaan, 1929, binnenreclame met transfers
Daarnaast zouden ook op de vervoerbewijzen, daarbij denkend aan de achterzijde, reclame uitingen kunnen worden aangebracht.
Nijgh en Van Ditmar uitgeversmaatschappij kreeg hierbij wel het alleenrecht waarbij iedere andere gegadigde uitgesloten werd. Wel kreeg de RET het recht om rechtstreeks met geïnteresseerde adverteerders overeenkomsten te sluiten zij het op basis van met Nijgh afgesproken tarieven. Net zoals daarvoor werden ook godsdienstige, politieke en zedenkwetsende, maar ook alcoholische dranken uitgesloten. Ook de openbare orde mocht niet in gevaar komen en evenmin werden teksten in strijd met de wet toegestaan. Van de door Nijgh en Van Ditmar in rekening gebrachte tarieven was 35% voor de RET. Van eventueel door de RET rechtstreeks af te sluiten overeenkomsten werd 10% van het afgesproken tarief aan Nijgh en Van Ditmar afgestaan. De overeenkomst had een duur van drie jaar en werd steeds stilzwijgend met twee jaren verlengd. Het is goed vast te stellen dat in dit nieuwe contract door de RET afgesloten, de gebruikte term rijtuigen nog steeds werd gebruikt en in de tekst zelfs werd verduidelijkt met 'tramwagens'. Dat is opmerkelijk aangezien de RET in 1929 ook bussen voor passagiersvervoer inzette!
Op en aan de rijtuigen
In een tweede overeenkomst met Nijgh & Van Ditmar's uitgeversmaatschappij werd duidelijke vermeld dat het 'voertuigen' betrof waarmee duidelijk werd dat alle soorten voertuigen van de RET, dus niet alleen de trams, onder dit contract vielen. Het in december 1934 afgesloten contract betrof de reclame op en aan alle RET voertuigen die voor passagiersvervoer bestemd waren alsook door de RET aan te wijzen andere voertuigen en de door de RET speciaal voor reclame-doeleinden aan te wijzen voertuigen zoals reclametrams.
Alle andere voorwaarden uit het vorige contract inzake inhoud en vormgeving werden overgenomen evenals de mogelijkheid voor de RET om weer zelf rechtstreeks contracten af te sluiten. Alle materialen dienden door Nijgh & Van Ditmar te worden aangeleverd terwijl de montage door de RET zou worden verricht. De rekening voor die werkzaamheden werd gedeeld. Onderhoud was voor rekening van de uitgever Het contract had als ingangsdatum 1 januari 1935 en een looptijd van twee jaar, en was voor de RET lucratiever dan het eerder gesloten contract, aangezien nu niet 35% maar 55% van de in rekening gebrachte tarieven de RET zouden toekomen.
Railreiniger 2202, reclametram VIM, (foto: coll. Stichting RoMeO)
De praktijk
Alle bij de bij de RETM in gebruik zijnde rijtuigen gingen bij de overgang naar de RET in dezelfde staat van het moment over naar de RET. Maar het was de nieuwe directie onder leiding van ir. Nieuwenhuis duidelijk dat er veel moest veranderen.
De eerste serie 1-20 werd door de RET niet gewijzigd en deed dienst tot de afvoer in 1931. Van de series twee-assers met drie ramen verdween ook de serie 21-90 in 1931 en de meeste werden gesloopt in 1933. De 79 werd verkocht aan het GEB, de 80 bleef als rangeerwagen dienst doen in de CWP en de 86 deed van 1934 tot 1938 dienst als reclametram. Van de serie 91-106 zijn de rijtuigen, buiten de 92, 95, 100, 101 en 106, in 1933 buiten bedrijf gesteld. Motorrijtuig 92 is als enige uit deze serie (en als oudste RETM rijtuig) in de nieuwe kleuren gespoten. Dit rijtuig deed net als de 86 van 1934 tot 1937 dienst als reclametram. De 101 is in 1935 verbouwd tot zandmotorwagen en de 100 en de 106 deden nog rangeerdiensten bij de remises en werden in 1936 gesloopt. De 95 werd in 1935 gesloopt. De drieruiterserie 107-126 onderging hetzelfde lot. Met uitzondering van de 107 en de 119 werd de gehele serie in 1933 buiten dienst gesteld. De 107 werd in 1935 verbouwd tot zandmotorwagen 2402 en deed als zodanig dienst tot in 1965 sloop volgde. De 119 werd als enige van deze serie al in 1929 in de RET kleuren geschilderd en deed van 1935 tot 1938 dienst als rangeerwagen toen de museumstatus volgde en de wagen weer de oude crème kleur kreeg.
De serie 127-151 was de oudste RETM serie motorrijtuigen die door de RET werd gemoderniseerd. De 131 was voor dat doel in 1931 als proef gebruikt en kreeg naast de nieuwe kleuren richting- en nummerfilms, een optische signaalinrichting, en balkondeuren, naast enkele andere kleinere modificaties. Langzamerhand werd ook van zwaaibeugel op schaarbeugel overgeschakeld. In 1938 werd een aantal rijtuigen verbouwd tot aanhangrijtuigen. Zij werden tussen 1947 en 1950 uit dienst gehaald en gesloop. De 146 deed van 1938 tot 1939 nog dienst als reclametram, net als de 150 van 1939 tot 1943. Minder ingrijpend was de verbouwing van de serie 152-201, maar uiteraard verdwenen de schaarbeugels en verscheen de gele kleur. Ook de laatste RETM serie 202-221 onderging deze behandeling waarbij vanaf 1958 voor de 220, die nu als museumrijtuig is ingericht, ook nog een functie als reclametram was weggelegd. Tot zover even dit uitstapje naar de merendeels technische aanpassing van het RETM materieel door de RET.
De kleur
In de reclamewereld is het gebruik van kleur bijzonder belangrijk. Reden om, in het vervolg op de ombouw van de RETM rijtuigen, toch ook even stil te staan bij de okergele RET kleur. Het oorspronkelijke RTM blauw met bruin werd, alhoewel aanvankelijk door de RETM gehandhaafd, tussen 1910 en 1912 vaarwel gezegd. Niet alleen het bewerkelijke karakter lag daaraan ten grondslag, het snelle verschieten van de blauwe kleur was de belangrijkste reden. Voor elke schade, al was het een week na een verfbeurt, diende de kleur opnieuw bijgemengd te worden. De gekozen crème kleur was aanmerkelijke vriendelijker en gaf de rijtuigen bovendien een wat voornaam aanzien, zoals de directie opmerkte.
Met een nieuw gezicht zoals de RET zich wilde profileren, hoorde ook een nieuwe kleur. Die was er echter niet zomaar. Met de aankoop van nieuwe trams en bussen lag er echter wel enig druk om een nieuwe kleur te kiezen. Op 15 augustus 1928 melde het Rotterdamsch Nieuwsblad dat de 'kleurenkwestie' voor de trams door de directie nog niet was opgelost maar wel urgent was. Het twee maanden daarvoor gepresenteerde model, motorrijtuig 119, in de Centrale Werkplaats aan de Isaäc Hubertstraat gaf met een gele onderzijde en een diepblauw/zwarte bovenzijde wel een duidelijk beeld. Daarnaast was het op de zijkanten getooid met een rood RET monogram. Bovendien waren de eerste twee nieuwe autobussen die op 2 juli in dienst waren gekomen ook al in die kleur afgeleverd. Ir. Nieuwenhuis wist bij die gelegenheid te melden dat de kleurstelling was gekozen in overleg met de stadsarchitect en dat het in de bedoeling lag deze ook op de trams in te voeren.

De Krupp-Werkspoor bussen 2 en 3 bij aflevering in de Lusthofstraat in 1928
Toen op 3 augustus 1929 dan ook motorrijtuig 436 als eerste nieuwe vierasser op lijn 8 in dienst kwam was dat in de kleur waarin deze ook twee weken daarvoor was gearriveerd; (oker)geel met diepblauw/zwart.

Motorrijtuig 436, wordt door Werkspoor op 17 juli 1929 afgeleverd aan de Aelbrechtskade
Dakreclame
Voor al deze RETM series motorrijtuigen was er gelegenheid voor dakreclames en successievelijk werd deze ook ingevoerd. Wat betreft de reclame op de autobussen kunnen we kort zijn. Die was er niet en die zou ook tot na de oorlog op zich laten wachten. Eerst (gelijktijdig) met de wijziging van lijnletters naar lijncijfers op 1 november 1953 verschenen ook op bussen dakreclames. Daarover meer in een volgend artikel dus.
Laten we eerst nog even stilstaan bij de aanhangrijtuigen, daarbij kijkend naar de plannen van de RET. De van de RETM overgenomen series met dakreclames staan vermeld in het voorgaande artikel over de RETM. Het betekende dat de RET startte met reclames van Van Nelle, Magazijn Nederland Kattenburg en Sunlight zeep. Niettemin was dit, met het verdwijnen van de oudste series aanhangrijtuigen een aflopende zaak. Na de ombouw en het voorzien van de okergele kleur van de daarvoor in aanmerking komende aanhangrijtuigen moet geconstateerd worden dat alleen de serie 1261-1290, de open aanhangers, nog zijn voorzien van reclame, en dan nog in beperkte mate. Slechts drie aanhangrijtuigen zouden rondrijden met dakreclame en wel voor Van Nelle's Koffie. Het waren de 1267, 1281 en 1290.
Op de eerste serie vierassige aanhangrijtuig 1001-1020 werden slechts enkele dakreclames geplaatst. Bekend daarvan is de reclame Van Nelle's City Baay Rood. Zij hebben daar overigens slechts één jaar mee rondgereden.

Het eindpunt van lijn 9, Lange Hilleweg-Strevelsweg, met op het aanhangrijtuig de reclame voor Van Nelle, in 1930 (foto: Publiek Domein)
De tweede serie aanhangrijtuigen die onder de nummers 1001-1020 in 1931/1932 in dienst kwam kreeg aanvankelijk geen dakreclame. Pas in de oorlog werd daar een begin mee gemaakt waarbij met name de Noorder Glashandel en Faam langdurig onder de aandacht werden gebracht. De 1001, 1002, 1003, 1005, 1009, 1011 en 1017 werden rijtuigen met een veelheid aan wisselingen van reclame terwijl de 1013, 1015 en 1016 loyaal bleven aan de firma Merkes.
Motorwagens
De omschakeling door de RET van reclame op aanhangrijtuigen naar reclame op motorrijtuigen betekende een andere invulling van de in 1931 en 1934 afgesloten contracten met Nijgh en Van Ditmar, ten opzichte van de RETM.

Tekeningen van dakreclames op de vierasser voor de oorlog (Aad van Dam)
Zo reden er bijvoorbeeld vanaf 1936 ruim 100 vierassers met de reclame voor Turmac sigaretten tot de bezetter in mei 1941 deze reclame verbood, om ook nooit meer terug te keren. Naast Turmac waren er nog veel andere bekende adverteerders zoals Van Nelle en Esders. Ook andere oude bekenden zoals Voorwaarts, Cinzano en Cocktail sigaretten konden met enige regelmaat worden waargenomen. Een grote afwezige was Kattenburg; Magazijn Nederland die altijd tot de trouwe adverteerders had behoord.

Motorrijtuig 431, lijn 6, passeert de Heulbrug die afgebroken wordt vanwege de demping (met oorlogspuin) van de Schie (foto: Publiek Domein)
Een andere bijzonderheid is dat in een enkel geval zoals bij de reclame voor de firma DROP, aan weerszijden een verschillende tekst was geplaatst. Aan de ene zijde die als verkoper van voor rolluiken en zonneschermen en aan de andere zijde als schoonmaakbedrijf.

Motorrijtuig 401, lijn 22, Pijperstraat, 31-8-1949
Crisis
Dat de crisisjaren ook voor de RET op het terrein van de reclame-inkomsten moeilijk waren, tonen de boeken. Waar in 1930 nog een bedrag van fl. 56.233,21 kon worden bijgeschreven, werd in 1936 een dramatisch dieptepunt van fl. 18.394,86 bereikt. Eerst in 1939 kon weer een wat hoger bedrag; fl. 20.286,11, worden bijgeboekt.
Meer dan alleen dakreclame
Het dak, en de al eerder besproken binnenruimte voor de passagiers, waren niet de enige locaties voor reclame. Op de voor- en achterbalkonschermen van alle tramrijtuigen werden met ingang van 1935 grote emailleborden aangebracht met reclame voor Van Nelle koffie en thee dan wel tabak. Deze reclame zou tot en met 1949 worden gevoerd. In 1949 werden de borden met reclame voor Van Nelle koffie en thee vervangen door een bord voor Van Nelle Koffie én een bord voor Van Nelle Thee. Dat duurde overigens slechts één jaar want in 1950 verdwenen alle emaille reclameborden van de tram tot een jaar later Coca Cola haar intrede deed.

Motorrijtuig 205, lijn 7, en motorrijtuig 430, lijn 6 met Van Nelle reclame, Oudehavenkade, 1938
Veel bekende en (nog) onbekende dakreclames werden geplaatst in de periode 1929-1931. Vooral de eerste serie vierassers (401-450) kenden in het begin vele adverteerders die meestal slechts kort op de wagens zaten, wat het lastig maakt een goed overzicht te krijgen. Een nieuwe periode begon in 1931 met de aflevering van de tweede serie vierassers (451-570). Het Rotterdamse Van Nelle investeerde flink in het straatbeeld met hun reclame voor Koffie, Thee en Tabak. Meer dan 120 vierassers zagen reclame van van Nelle op hun dak verschijnen, waardoor het wel enigszins eentonig werd. Maar hier en daar zat toch een eenling op de trams. In 1935 verdween de dakreclame van Van Nelle en werd deze even groots vervangen door de bekende Turmac en Cocktail dakreclames.



Reclame in de oorlogsjaren
Hoewel de omstandigheden wellicht anders doen vermoeden werd het rijden met de bestaande dakreclames en de metalen borden op de kop en de zijkanten in de oorlogsjaren, voor zover de beschikbare middelen daarvoor toereikend waren, voortgezet. Hoewel de Turmac reclame voor sigaretten in mei 1941 door de Duitsers werd verboden, bleven de reclames voor Cocktail, Smyrna, Sunlight, Verkade, Esders en Gebr. Boer gehandhaafd. Er kwam zelfs een nieuwe dakreclame bij om het bezoek aan de noodwinkels in Blijdorp te stimuleren: Lijn 3-6 en 22 brengen u naar winkelstad Blijdorp.
Eerst na de oorlog werden ook de zijkanten bij de middenbalkons benut voor reclame met emailleborden. Dat werd met name de plek voor tabak en sterke drank.
Het waren niet de enige reclame activiteiten in 1934 want alleen in dat jaar werden op de plekken waar ook de 'ijsbaanbordjes' de rijtuigen sierden, ook reclamebordjes voor o.a. de fabriek van Jc Klütgen, toonaangevend in bedveren en kapok, meegevoerd.

Aanhangrijtuig 1009, 2e serie 1001-1020, lijn 2 en motorrijtuig 132, lijn 6, Coolsingel, beide met de 'kleine bordjes' reclame van Jc Klütgen, 1934 (foto: Publiek Domein)
Meer dan alleen trams
Ook op diverse wachthuisjes verscheen in de periode 1930-1940 reclame. Het grote wachthuis (Tramhuys) op het Beursplein werd in 1939 voorzien van de reclame: V. ROSSUMS's POORTERS-TOEBACK (lange zijde) en POORTERS-TOEBACK (korte zijde). Die verdween overigens toen het wachthuis in 1940 in gebruik werd genomen door de dienst Wederopbouw. Ook na de verplaatsing naar de Coolsingel keerde deze reclame niet terug.

Achter de schuilkelder op het Beursplein het grote wachthuis met de Poorters-Toeback reclame, nov. 1939
Het kleinere glazen wachthuisje op de Coolsingel tegenover het gemeenteziekenhuis maakte vanaf 1939 aan de voor- en achterzijde op het dak met een emaillebord reclame voor Van Nelle voor tabak koffie en thee.
Ringers chocolade had ook het reclamemedium ontdekt en op de wachthuisjes aan het Hofplein en de Parkkade verscheen in 1933 aan de lange zijde de tekst RINGERS CHOCOLADE en aan de korte zijde RINGERS BONBONS.
Het wachthuisje aan de Randweg op de hoek met de Groene Hilledijk droeg na 1930 een driehoekig bord met reclame voor Van Nelle's koffie en thee.
Het wachthuisje aan het Oostplein was voorzien van een groot ornament waarop reclame voor een zaak die radio's verkocht. Die reclame uit 1931 verdween met de verplaatsing van het huisje op het Oostplein ten koste van reclame voor Van Rossum's Poorters-Toeback op de lange zijde en Poorters-Toeback op de korte zijde in 1938.
Eenzelfde reclame sierde het wachthuisje op het Moriaansplein, richting Middensteiger.

Tramhalte en wachthuisje Middensteiger, motorrijtuig 538, lijn 1, gezien vanaf het Moriaansplein, 1938 (foto: H. Solle)
Eerste stappen naar totaalreclame
Op 12 september 1931 rolt Hans Stosch zijn grote Duitse circus Nederland binnen. Via Arnhem, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam worden 13 Nederlandse steden bezocht. Rotterdam is van 21 oktober tot 5 november aan de beurt en daar moet uiteraard reclame voor worden gemaakt. Geen dakreclame maar echt opvallend. Na enig overleg wordt er voor gekozen een tramstel te omkleden met reclameborden, waarvoor motorrijtuig 86 met aanhangrijtuig 1261 worden uitverkoren. Met wat inventief latwerk en grote borden verschijnt een met recht opvallende reclamestoet in Rotterdam, waarmee het toen nog onbekende begrip totaalreclame, zou worden geboren.
De tweede maal dat de RET van een dergelijke opmerkelijke verschijning gebruik maakte, was dat ten eigen nutte. Voor de op 1 juli 1934 in te voeren netwijzigingen én een nieuw tariefstelsel, werden twee tramstellen, t.w. de motorrijtuigen 86 2n 92 met de respectieve aanhangrijtuigen 263 en 262 ingezet om het publiek vertrouwd te maken met de wijzigingen. 12-rittenkaarten, scholierenkaarten weekkaarten en overstapjes, alles om meer inkomsten te genereren. Het mocht helaas niet baten want het jaar 1934 vertoonde een teruggang in het aantal reizigers met 11,42%.
Werktrams
Maar niet alleen de reizigerstrams werden benut voor het maken van reclame. Zoals overigens in de contracten was overeengekomen konden ook werktrams voor dat doel worden ingezet, wat ook geschiedde.

Railreiniger 2202, Hofplein, reclametram VIM (foto: H. Solle)

Railslijpmotorwagens 2301 en 2302. Deze werden in 1933 gebouwd en afgeleverd door de RET. Het waren slijpmotorwagens die in eerste instantie ook als aanhangwagen werden gebruikt. Of dit door één of met beide wagens gebeurde is niet bekend. Omdat de RET in die jaren nog niet beschikte over speciale reclamewagens werden hiervoor waarschijnlijk deze beide wagens tijdelijk gebruikt. Door de raampjes kun je ook de apparatuur van deze wagens gedeeeltelijk zien. Eind 1934 kwam voor reclame doeleinden het mr .86 + oar. 263 ter beschikking zodat de foto rond 1933 genomen zal zijn op de waarschijnlijke locatie Aelbrechtsplein.
Het betreft overigens twee aan elkaar geplakte foto's.
Zilvertram
Een ander soort verschijning die op 21 juni 1927 aan de Rotterdammers ten tonele werd gevoerd was de Zilvertram. Wie op de naam is gekomen blijft onduidelijk. Wel dat Amsterdam in 1925 voor het eerst met een Zilvertram rondreed. Geen reclametram in de zin van het woord maar een tram van waaruit werd gecollecteerd. In 1925 was het de stormramp die Borculo op 10 augustus trof, in 1926 de overstroming van de Maasvallei (op 31-12-1925) en in 1927 de tweede stormramp die Borculo en een deel van de Achterhoek teisterde op 1 juni van dat jaar.

Collecte voor de stormramp met de Zilvertram, Hofplein, 21 juni 1927, motorrijtuig 195 als Zilvertram
Aangeland in de crisistijd werd de Zilvertram in de jaren dertig met name voor collectes met dat doel gebruikt. Wij citeren het Rotterdamsch Nieuwsblad; “Het is klokslag 11 uur, woensdag de 20e januari 1932, wanneer uit de remise aan de Isaäc Hubertstraat een gele wagen naar buiten rijdt. Door de firma Hartlieb gratis met groen en mimosa versierd en boven de ramen getooid met een bord waarop de naam “Zilvertram”.

De zilvertram voor de gebouwen van het Rotterdams Nieuwsblad. De tram is bemand met muzikanten die onder leiding van de directeur van de “Harmonievereeniging der R.E.T.” flinke marsen speelt. De leden van deze harmonie hebben hun vrije dag opgeofferd om voor het crisis-comité te collecteren, Er werd 1336,02 1/2 gulden opgehaald. 19 jan. 1932

De zilvertram tijdens de crisiscollecte met in conducteurs uniformen gehulde vrouwelijke collectanten. Van Oldenbarneveltstraat, 8 mei 1934
Er was dus nog wel het een en ander te doen voor de Zilvertram. Was het in 1927 motorrijtuig 195 welke werd ingezet, later werd deze opgevolgd door motorwagen 209.
Daarna blijven de bijzondere uitvoeringen van trams even uit het zicht. Wanneer Koninging Wilhelmina in 1938 haar 30-jarig regeringsjubileum viert en overal in het land feestelijkheden worden georganiseerd doet ook de RET mee. Alhoewel we dit niet onder de noemer reclametrams mogen scharen zijn het toch de in model vervaardigde Nieuw Amsterdam op een vierasser-chassis en de door paarden getrokken sloepentrams die de show stelen. (meer daarover -klik hier-).
Maar net voor de oorlog is het nog de beurt aan motorrijtuig 150 met aanhangrijtuig 1281 die als als reclametram in opdracht van de VVV reclame maken voor het Lunapark dat van 15 april tot 7 mei op het Nenijtoterrein op de hoek van de Bentincklaan en de Statenweg wordt gehouden.
Op de foto zien we de combinatie aan de Honingerdijk in april 1939
De tijd was er blijkbaar rijp voor, want ook andere adverteerders zagen in dat jaar de mogelijkheden om hun product de hele dag door de stad te laten rijden. Van auto-importeur tot theaterbaas, het Rotterdamse publiek kon er niet meer omheen. Reclametram Studebaker tentoonstelling, 11-13/12-1938, Oosterkade
12-11-1939, reclame voor het Grand Theatre, remise Delfshaven
©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved
Website ontwerp en realisatie: SIER Creatie