
Pierre Pijpers
Hoe het allemaal begon.
Aan het toenmalige gemeentebestuur van Delfshaven (tot 1886 een zelfstandige gemeente, daarna geannexeerd door Rotterdam) werd een terrein aan de Nieuwe Binnenweg in gebruik gevraagd, waarvan de RTM door aankoop eigenares werd. De oppervlakte besloeg ruim 2000 m² voor de prijs van nog geen 7000 gulden. De plannen voor de bouw werden spoedig uitgevoerd, zodat reeds in 1881 de nieuwe remise, bestaande uit een locomotief- en rijtuigloods, werkplaats, smederij en magazijn, in gebruik genomen kon worden.

Plattegrond omgeving remise Delfshaven, 1903
In 1885 werd de remise uitgebreid met een ijzerenrijtuigloods, waarin de schilderswerkplaats en de wagenmakerij werden ondergebracht. Een jaar later werd een nieuw stuk grond aangekocht voor verdere uitbreiding. In 1892 kwamen een stal voor 34 paarden en een rijtuigloods voor 12 paardentramrijtuigen gereed. In 1897 werd een villa op de hoek van de Schonebergerweg en de Nieuwe Binnenweg aangekocht om op dat terrein een nieuw bijgebouw te bouwen, welke villa in 1904 weer werd gesloopt. Deze aanbouw kwam in 1905 gereed en bood plaats aan 45 rijtuigen. In 1906 werden de oude gebouwen voor de op te heffen stoomtram aan de Schonebergerweg gesloopt. De remise Delfshaven heeft, als enige Rotterdamse remise, alle soorten trams gehuisvest. Eerst de stoomtrams, daarna de paardentrams en vervolgens de elektrische trams. Nadat op 17 december 1906 lijn 8 van het Beursplein naar de Koemarkt was gaan rijden en lijn 7 als ringlijn vanaf het Beursplein het westelijk deel van de stad ging bedienen, werd de nieuwbouw verbonden met het oude deel en de ingang aan de kant van de Nieuwe Binnenweg (tussen de Korenaarstraat en de Ruilstraat).

Remise Delfshaven
In 1916 werd begonnen met de bouw van een nieuwe bijwagenremise op het nog onbebouwde deel bij de Schonebergerweg. Op 8 mei 1917 werd dit nieuwe remise deel in gebruik genomen. Pas in 1931 werd dit deel van een bovenleiding voorzien.

Motorrijtuig 152, motorrijtuig 86 met technisch personeel, reparatie motor, remise Delfshaven, 1926
Het wachthuisje van de paardentram naar Hillegersberg op het Hofplein werd na vervanging van deze paardentramlijn in 1922 door de elektrische lijn 14, verplaatst naar het achterterrein van de remise Delfshaven. De dienst Weg & Werken gebruikte dit tramhuisje als kantoor.

Motorrijtuig 101, lijn 3, remise Delfshaven, 1925
De oorlogsjaren en daarna
Tijdens de oorlogsdagen vanaf in mei 1940 bood de remise onderdak aan buurtbewoners en gewonden en liep het gebouw enige schade op door het bombardement van 14 mei 1940. Enkele dagen later kon het gebouw weer in gebruik worden genomen. In december 1940 vond een spoorwijziging plaats in verband met de aanleg van het eindpunt Heemraadsplein.
De remise Delfshaven was voor een deel een zogenaamde doorrijremise. Inrukkende trams bereikten de negen opstelsporen via een achteringang aan de zijde van de Nieuwe Binnenweg tegenover de Ruilstraat. Via de uitgang op de hoek van de Nieuwe Binnenweg met de Schonebergerweg konden de trams weer uitrukken naar de Nieuwe Binnenweg of het Heemraadsplein.
Vanuit de remise Delfshaven rukte op 8 juni 1945 een feestelijk versierde 4-asser, na ruim een half jaar zonder trams, onder lijnnummer 16 uit.

Motorrijtuig 561 met aanhangrijtuig 1395, lijn 16, verlaten als eerste tram na de oorlog de remise Delfshaven, 8-juni 1945.
Uit informatie van Cees van der Does, een van onze donateurs, het volgende bezettingsoverzicht.
“In 1947 stond het volgende materieel in deze remise:
Delmez 202 -217 van lijn 22;
4-assers 301-306 van lijn 4;
401-419 van lijn 16;
553-570 van lijn 4 en 8;
Aanhangrijtuigen 1373-1395 van lijn 4 en 8.
In 1950 kwamen hier de Allan stellen bij en gingen de 4-assers 301-306 naar de remise Kralingen voor lijn 2.
De sporen 5-8 waren de schilderswerkplaats toen de trams in de Isaäc Hubertstraat een grote revisie kregen. Ze gingen in de grondverf naar deze schilderswerkplaats tot eind 1960.
De twee Allan proeftrams 571-572 (later 100-101) stonden in de remise Delfshaven.
In 1957 werden de Schindlers 1-15 hier gehuisvest voor lijn 22.
De 553-570 gingen naar Hillegersberg.
Bij de achteringang was een vuilstortplaats/put geplaatst. De railreinigers stonden boven de put en van onderen werd het vuil uit de tram weggehaald.
In de remise Delfshaven was geen wielbandslijperij aanwezig. De trams gingen hiervoor naar de remises in Kralingen of in Hillegersberg”.
Herinneringen van Leo Huisman aan zijn werkzaamheden in de remise Delfshaven
“Gedurende de periode 1964 t/m 1972 ben ik werkzaam geweest in de remise Delfshaven en de metro en tramremise Hilledijk. Over de periode in de remise Delfshaven het volgende.
Deze werkzaamheden werden uitgevoerd in continudienst. Er waren 6 ploegen van elk drie man. Er was ook een olieman die dagdienst liep. De werkzaamheden in de nachtdienst bestonden uit het controleren van de trams die ‘nachts binnenkwamen. Een van ons bediende de wissels, zodat elke tram naar het juiste spoor ging. Onder elk spoor was bij de ingang van de remise een werkput. Eén van ons controleerde de trams aan de onderzijde. Eén man liep om de tram heen om te controleren of er schade was en vroeg aan de bestuurder of er klachten waren. Een keer meldde een bestuurder dat er een kat onder de tram was gekomen. Het was bij een vierasser en hij dacht dat de kat waarschijnlijk dood zou zijn. Ik controleerde de tram aan de onderzijde, maar trof geen dode kat aan. De kat was springlevend, hij zat bij de motor, en ging er als een haas vandoor.
Als er klachten waren, werden deze genoteerd en indien mogelijk ‘s nachts hersteld. Als alle trams binnen waren werden alle stroomafnemers gecontroleerd. Als er een groef in het sleepstuk zat werd deze er uitgevijld. Men begon op spoor 1 en ging zo verder. Bij het einde van het eerste spoor sprong men over naar het volgende spoor en zo verder tot alle stroomafnemers gecontroleerd waren. De spanning werd tijdens deze controle niet uitgeschakeld. Bij het uitrukken van de trams in de morgen moest je eventuele storingen verhelpen, bijvoorbeeld een lamp vervangen.
De werkzaamheden in de dag- middagdienst bestonden uit het plegen van onderhoud op de manier zoals het nu bij ons in de remise Hillegersberg ook gebeurd. Groot onderhoud vond plaats in de Centrale Werkplaats aan de Kleiweg.
In de remise Delfshaven was een vrachtwagen aanwezig die was ingericht als calamiteitenauto. Deze rukte uit bij ongevallen of calamiteiten, welke zich voordeden op het gehele tramnet. De monteurs werden gewaarschuwd door een bel die geluid werd door de depot chef. Hier kwamen de medewerkers op af en werden door de chef, afhankelijk van de calamiteit, aangewezen om uit te rukken.
Ik kan me nog een calamiteit herinneren tijdens een nachtdienst omstreeks 22.30 uur. Een Allan tram met bijwagen werd op de kruising Binnenweg – ‘s Gravendijkwal aan de rechterkant ter hoogte van de bestuurder door een deux chevaux bestelwagen aangereden. Hierdoor liep de tram uit de rails, ging over de straat verder en kwam tot stilstand in de etalage van een meubelzaak. We zijn tot 05.00 uur bezig geweest om alles op te ruimen. We gebruikten hier krikken voor en stalen platen. In die tijd werd nog geen gebruik gemaakt van een kraanwagen.
De sluiting van de remise
Op 8 mei 1967 kwam het einde voor de remise Delfshaven voor de reizigersexploitatie. Voor deze sluiting stonden, volgens de informatie van Cees van der Does, de volgende wagens in de remise:
“30 vierassers van lijn 11 en 16; 13 Allans 123-135 met bijwagens 1044-1056 van lijn 4; 9 enkel gelede Düwags 266-274 van lijn 22 en 8 dubbel gelede Düwags 370-377 van lijn 4a.
Enkele dagen voor 8 mei 1967 reden op lijn 11 en 16 afgekeurde 4 assers, welke op zondag 7 mei naar de remise Delfshaven gingen. De goedgekeurde 4-assers gingen naar de remise Kralingen en de remise Hillegersberg.
Bij sluiting op 8 mei 1967 stonden in de remise Delfshaven 32 4-assers buiten dienst voor sloop en het trekken van zoutwagens. In 1969 kwamen hier de buiten dienst gestelde Allan trams en ook de in 1970 buiten dienst gestelde 4-assers 401-405 en 4 assers werkwagens van de 2500 serie bij. Op 5 april 1970 was de voetbalwedstrijd Sparta-Feyenoord (0-0). Hier reden voor de dienst 402-405 met Allan bijwagens en 2500-en”.

Remise Delfshaven april 1967
De remise Delfshaven werd tot oktober 1984 gebruikt voor het stallen van de railreinigers, slijpwagens, de sneeuwdienst, reservematerieel en museumwagens.
Na te zijn ontruimd werd het gebouw grotendeels afgebroken om plaats te maken voor woningbouw en een wijkpark. Slechts de ingang op de hoek van de Nieuwe Binnenweg en de Schonebergerweg met een klein deel van het aangrenzende oudste deel van de remise bleef behouden en werd op 6 september 1986 in gebruik genomen door de afdeling Rotterdam van de Tramweg-Stichting als het Tram Museum Rotterdam (TMR). Omdat bij een reconstructie van de Nieuwe Binnenweg het aansluitende wissel werd opengebroken moest dit TMR op 25 september 2010 haar deuren sluiten en verhuisden de museumtrams naar de remise Hillegersberg.
©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved
Website ontwerp en realisatie: SIER Creatie