
[OVV-3006]
Remise en centrale werkplaats Isaäc Hubertstraat
Pierre Pijpers
Op 3 maart 1879 werd door een van de vijf directeuren van de Rotterdamsche Tramweg Stichting (RTM) de eerste steen gelegd voor de gebouwen op een terrein in de Isaäc Hubertstraat. De Isaäc Hubertstraat was een vrij smalle straat met een zeer grillige vorm. Van de Linker Rottekade ging de straat eerst een paar honderd meter rechtuit om dan onverwachts een rechte hoek naar links te maken. Vlak achter deze hoek volgde een scherpe hoek naar rechts. De straat voerde verder rechtuit naar de Crooswijkse weg. De gebouwen lagen achter de in 1874 in gebruik genomen Heineken brouwerij gelegen aan de Crooswijksesingel. Zeventig bouwvakkers werkten aan de bouw en al op 22 maart 1879 waren enkele gebouwen van een dak voorzien. De oorspronkelijke remise lag in de hartlijn van het westelijk gedeelte van de Isaäc Hubertstraat. Het complex bevond zich precies rond het verzet, wat niet handig was met rangeren, maar gelukkig kende de Isaäc Hubertstraat nog weinig verkeer.

Centrale werkplaats en remise Isaäc Hubertstraat, herdenkingstegel eerste steenlegging, 28 febr. 1879, (foto: coll. Stichting RoMeO)
Op 18 januari 1880 kwam de remise in gebruik en bood aanvankelijk plaats aan 36 rijtuigen en 70 paarden, later uitgebreid tot een capaciteit voor 62 rijtuigen waarvan 15 op de drie sporen onder het magazijn, 47 op zeven via traversen (rolbruggen) bereikbare sporen in een haaks daarop gelegen bouwdeel en circa 100 paarden.
In 1887 werd aan de noordzijde van de Isaäc Hubertstraat haaks op de remise een uitbreiding in gebruik genomen. Deze nieuwe remiseruimte bood plaats aan 20 paardentrams en had vijf onderling met een traverse verbonden sporen., alsmede een wagenmakerij.
In 1895 volgde opnieuw een uitbreiding waarbij vier van de vijf sporen werden verlengd via een tweede traverse, die ook aansluiting gaf op een nieuwe schilderswerkplaats en een uitbreiding van de tuigmakerij, elk op twee sporen. Het bouwdeel in het verlengde van de Isaäc Hubertstraat werd in datzelfde jaar uitgebreid met een verdieping die als magazijn werd ingericht. In 1902 tenslotte werd in het verlengde van de in 1896 aangelegde Hendrik de Keyserstraat een nieuw stalgebouw opgericht plaats biedend aan circa 100 paarden. Het hoofdkantoor van de RTM en later van de RETM en de RET tegenover de remise dateert uit de beginperiode.

Het hoofdkantoor van de RTM aan de Isaäc Hubertstraat, ca. 1900
Het hoofdkantoor van de RTM (en later de RETM en de RET) had oorspronkelijk het postadres Isaäc Hubertstraat 88, later nummer 92.
De verzorging van paarden stond in eerste instantie in de remise aan de Isaäc Hubertsraat centraal. Zij vormden immers het werkkapitaal van de onderneming. De prijs van een paard was in die tijd rond de 600 gulden. Voor zieke dieren, opslag voor hooi en de ruimte voor verdere verzorging werd in de grote remises een plek gerealiseerd, die later werd benut voor de techniek toen overschakeling naar elektrische tractie had plaatsgevonden.
De elektrificatie van het tramnet had in 1905 een grote uitbreiding tot gevolg. Een aanvang werd gemaakt met de realisering van een groot remisegebouw met werkplaats, waar 75 motorwagens konden remiseren. Op 11 oktober 1906 kwam dit bouwdeel gereed. Een van de bestaande gebouwen werd tevens voor dit doel gewijzigd en een ander bestaand gebouw bleef voor de stalling van bijwagens dienst doen. De oude bureaulokalen werden afgebroken en op de plaats van het oude kantoor werd met de bouw van een nieuw administratiegebouw begonnen. Vanaf 1907 werden de oude paardenstallen tot (kantoor) lokalen verbouwd. Ter hoogte van het kantoorgebouw takten twee sporenbundels naar links af naar de centrale werkplaats. Tussen deze sporenbundels stond een hek met een rood-wit bord dat vanuit het oosten komend verkeer waarschuwde om naar links te zwenken.
De trams bezaten in de eerste helft van de 20e eeuw nog voornamelijk elektrische- en mechanische installaties en een overwegend houten opbouw op een stalen frame.
De centrale werkplaats bood daarom onderdak aan onder meer hout- en metaalbewerking , een elektrowerkplaats, een meubelmakerij, een wagenmakerij, een stoffeerderij en een schilderswerkplaats.
Nadat op 20 augustus 1923 een nieuwe tramremise aan de Kootsche Kade in Hillegersberg in gebruik werd genomen, werd de remise Isaäc Hubertstraat nog uitsluitend als centrale werkplaats gebruikt. Het werkplaatsgebouw was vrij diep met achteraan een L-vormig aanhangsel naar links tot aan de Hendrik de Keyserstraat, waar zich de draaistelrevisie en de elektriciënwerkplaats bevonden. Op ongeveer twee derde van de lengte werd later een handbediende traverse aangebracht waar net de later in gebruik genomen vierasser op paste. Rechts van dit alles waren nog een wagenmakerij plus houtbewerking en een schilderswerkplaats, die alleen via de traverse en niet via de straat bereikbaar waren.

Hoofdkantoor RET Isaac Hubertstraat 1926.
Op 4 april 1927 besloot de Rotterdamse gemeenteraad tot oprichting van een gemeentelijk trambedrijf ter vervanging van de particuliere RETM, waarvan de concessie in oktober van dat jaar afliep.
Maandagmiddag 29 april 1935 tegen 13.00 uur was een zeer felle brand uitgebroken in de grote materiaalloods van de remise. Al het grote materiaal van de brandweer werd ingezet. Het zag er naar uit dat men de loods niet zou kunnen behouden.

Een ontploffing waarvan men de oorzaak niet kon vaststellen was de oorzaak van de brand. Met heel veel inspanning lukte het de brand tot de materialen opslagplaats te lokaliseren. De schade werd op een paar ton geraamd en werd door de verzekering gedekt.

Drie jaar later werd een nieuw gebouwd magazijncomplex in gebruik genomen. Het oude magazijn bleef uitsluitend als (ommuurde) openluchtstalling met drie sporen in gebruik. Daarnaast, aan de zijde van de Heineken brouwerij, leidde een spoor rechtsaf voor vervoer van bovenleiding- en Weg&Werk materialen. Dit spoor mocht niet door vierassers worden bereden vanwege de extreem krappe bogen.

Isaäc Hubertstraat, 1931
In 1939 verwierf de RET in de Hendrik de Keyserstraat twee panden waar later in 1952 de RET-bedrijfsarts werd gehuisvest. De remise kwam de oorlogsjaren door met slechts lichte schade aan enkele rijtuigen door het bombardement van 14 mei 1940.
De aansluiting op het tramnet op de Linker Rottekade werd in augustus 1958 gewijzigd met twee halve Engelse wissels (in plaats van overloopwissels) en bleef na de sluiting van deze centrale werkplaats op 7 december 1960 tot 1982 in gebruik als keerdriehoek met een kopspoor in de Isaäc Hubertstraat.
De heer H.P. Kaper liep van 16 juni t/m 26 juli 1958 in het kader van zijn studie aan de Technische Hogeschool Delft afdeling werktuigbouwkunde stage in de centrale werkplaats van de RET aan de Isaäc Hubertstraat. Uit dit verslag is de tekening van de plattegrond van de remise iopgenomen.

Op een plattegrond van de werkplaats zoals deze tot 1960 in gebruik was ligt de Isaäc Hubertstraat aan de rechter kant. Wanneer we de sporen van links naar rechts (van onder naar boven op de tekening) nummeren van 1 t/m 10 kunnen we de volgende groepen onderscheiden:
de sporen 1 en 2 bestemd voor de rijtuigen die in dagrevisie kwamen;
De beide hefinrichtingen, één elektrische en één hydraulische, werden gebruikt wanneer rijtuigen voor korte tijd hun draaistellen moesten missen, bijvoorbeeld voor het uitwisselen ervan.
De rijtuigbakken, die in revisie waren werden geplaatst op schragen.
Er waren twee hulpdraaistellen aanwezig, waarmee men ze omhoog kon heffen, die dus uitsluitend bestemd waren voor het transport van rijtuigbakken in de werkplaats. Zij werden elektronisch bediend.

Centrale werkplaats, juli 1958
Het transport naar andere sporen was mogelijk door de aanwezigheid van een traverse, lopend van spoor 3 t/m spoor 10. Naast spoor 10 (dus aan de bovenkant van de plattegrond) bevond zich de elektrische werkplaats. Deze had afdelingen voor motorenrevisie, anker- en spoelenwikkeling, controllers en railremmen, alsmede een afdeling hoogspanning waar proeven werden genomen met de verschillende apparaten voordat zij weer in de rijtuigen werden geplaatst. Verder kan men op de plattegrond nog zien de werkplaats voor machinale houtbewerking (wagenmakerij) en de reinigingsinrichting waar trucks met stoom zo goed mogelijk werden schoongespoten voordat zij in revisie gingen.
De revisie van trucks, stroomafnemers en vele onderdelen van de rijtuigbakken vond plaats in een werkplaats die de enigszins vreemd aandoende naam van werkplaats voor machinale ijzerbewerking droeg. Waarschijnlijk stamde deze naam nog uit de tijd dat men alle metalen die niet tot de non-ferro metalen behoorden met de naam ijzer placht aan te duiden. Er werd echter nagenoeg geen ijzer bewerkt. Deze werkplaats was onder te verdelen in een bankwerkerij, smederij, gieterij (voor non-ferro metalen), draaierij, koperslagerij en lasserij.
Voorts was er nog de bruineerinrichting waar mee men het koper- en chroomwerk van de rijtuigbakken reinigde en een gereedschapsmagazijn. Voor het transport van de wielstellen naar de verschillende draaibanken was een takel aanwezig met een hefvermogen van 1125 kg. De trucks konden worden verplaatst en omgekeerd m.b.v. een 5-tons loopkraan.
In het aangrenzende gebouw was op de eerste verdieping de zadelmakerij gevestigd waar men de bekleding van de stoelen en banken verzorgde. Tenslotte moet nog worden vermeld het hoofdmagazijn dat aan de overkant van de Isaäc Hubertstraat was gelegen.
De RET was eigenaar van twee panden in de Hendrik de Keyserstraat op nr. 11 en 13 die in 1939 door de gemeente voor de RET waren aangekocht. In het woonhuis Hendrik de Keyserstraat werden in 1952 een spreekkamer, een verbandkamer en een wachtlamer ingericht voor de bedrijfsartsIn 1952: een niet bepaald riante behuizing voor de dokter, maar zo’n zeven jaar na de oorlog was er nog grote woningnood in Rotterdam.
Na de Tweede Wereldoorlog begon de stad Rotterdam aan een periode van wederopbouw waarbij het openbaar vervoer een cruciale rol speelde. De remise aan de Isaäc Hubertstraat bleef hierin een centrale schakel, maar de druk op de locatie nam toe. Nieuwe generaties trams en het groeiende aantal reizigers stelden in toenemende mate hogere eisen aan capaciteit en onderhoud. De werkplaats, hoe degelijk ook, raakte steeds meer verouderd en barstte uit haar voegen. Tegelijkertijd werden in andere delen van de stad plannen ontwikkeld voor de uitbreiding van het net en modernisering van de traminfrastructuur. De behoefte aan een grotere en efficiënter gelegen centrale werkplaats werd steeds dringender. Hierdoor ontstond het plan om de werkzaamheden van de Isaäc Hubertstraat over te hevelen naar een nieuw te ontwikkelen locatie aan de Kleiweg. Deze plek, oorspronkelijk de locatie van de fabriek van Allan, bood meer ruimte en een betere aansluiting op het tramnet. Voor vier miljoen gulden kocht de Gemeente Rotterdam het gebouwen complex van de in 1959 opgeheven firma Allan ten behoeve van de inrichting van een nieuwe centrale werkplaats voor de RET.

Pentekening Centrale werkplaats Isaäc Hubertstraat, 1958
Het complex aan de Isaäc Hubertstraat was met het tramnet verbonden via een enkelsporige aansluiting door de Isaäc Hubertstraat naar de tramsporen op de Linker Rottekade. In de loop der jaren werd de sporensituatie enkele malen aangepast en vereenvoudigd. Opmerkelijk was dat vanwege de beperkte ruimte het ingewikkelde wisselcomplex geheel in de openbare weg lag. In verband met de komst van de (eenrichtings) Schindler trams werd op 20 januari 1959 op de kruising van de Isaäc Hubertstraat en de Hendrik de Keyserstraat nog een keerdriehoek aangelegd met een aansluiting naar een zij-ingang in de Hendrik de Keyserstraat, welke toegang overigens alleen voor draaistellen en trucks werd gebruikt. In een dienstorder van 20 januari 1959 werd het personeel er nog eens aan herinnerd dat het keren van tramrijtuigen en draaistellen t.b.v. de centrale werkplaats niet meer op de Linker Rottekade plaats hoefde te vinden.
Lang heeft deze situatie niet geduurd, want in de maanden oktober t/m december 1960 vond de verhuizing plaats van de centrale werkplaats naar de Kleiweg. Met ingang van 7 december 1960 werd het spoor in de Isaäc Hubertstraat ingekort tot halverwege pand nr. 124, zodat in noodgevallen op de hoek van de Linker Rottekade en de Isaäc Hubertstraat gedriehoekt kon worden. Door sloop en renovatie van de omgeving is deze driehoek rond 1985 buiten dienst gesteld en verwijderd.
In 1960 werden diverse bouwwerkzaamheden gerealiseerd op het terrein aan de Kleiweg: een autobusgarage, het kantoor voor de afdeling elektrisch materieel, de centrale werkplaats, het magazijn, een schilderswerkplaats, een werkplaats en opslagterrein voor de onderafdeling bovenleiding, een werkplaats voor de gebouwendienst zomede een opslagterrein met kantoor voor de afdeling weg en werken.
Op 19 september 1960 kon een aanvang worden gemaakt met het overbrengen van het magazijn van de Isaäc Hubertstraat naar de Kleiweg, terwijl in de maanden oktober en november de afdeling elektrisch materieel en de centrale werkplaats daarheen werden verhuisd. Op 31 december waren de gehele werkplaats, het hoofd magazijn en de kantoren van de afdeling elektrisch materieel ontruimd.

De Centrale Werkplaats Isaac Hubertstraat kort voor de verhuizing naar de Kleiweg, 1960.
Op 1 maart 1961 werd de centrale werkplaats aan de Isaäc Hubertstraat in eigendom overgedragen aan de afdeling rentegevende eigendommen van de gemeente Rotterdam. Het hoofdkantoor, het bijkantoor, het magazijn en een voorterrein werden verkocht aan de N.V. Heineken brouwerijen. De overdracht van deze objecten vond plaats op 1 juni 1961.
Het gebied rond de Isaäc Hubertstraat is na het verdwijnen van de RET en de Heineken brouwerij zeer grondig veranderd en niets herinnert thans meer aan de lange periode waarin trams dit straatje domineerden.
Bronvermelding:
Soerabaijasch Handelsblad 15 mei 1935;
Jaarverslag RET 1952, 1960 en 1961;
Inhoudsformulier voor verslag van praktisch werken (T.H. Delft afdeling werktuigbouwkunde H.P. Kaper 1958);
Trams en tramlijnen (ir. H.P. Kaper en J.H.S.M. Veen 1968);
RoMeO nieuws nummer 3 september 2007;
RoMeO nieuws nummer 3 september 2011;
RET anderhalve eeuw Rotterdam en openbaar vervoer (Maurits van den Toorn 2017);
Railatlas van Rotterdam 140 jaar tramrails in de Maasstad (Ton van Eijsden 2019).
©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved
Website ontwerp en realisatie: SIER Creatie