OV-verhalen

Ovv header Schindler enkel 670 px hoog 1768 px breed

[OVV-6001]
RET rijtuigserie 1-15 (kleine Schindlers)

In de loop van 1985 werd bij de RET zonder al te veel omhaal afscheid genomen van een materieeltype, dat in een niet eens al te stoffig verleden nochtans geruime tijd als het visitekaartje van het bedrijf kon worden beschouwd. Dat waren de Schindlers die in 1956 in dienst kwamen. De gelede Schindlers serie 321-244 hebben hun eigen verhaal. Hier gaat het om de vierassers-in-moderne-vorm, de serie 1-15. De laatste wagen van de serie is bewaard gebleven als rijdbaar museumstuk.

Ovv header Schindler geleed

[OVV-6002]
RET rijtuigserie 231-244 (gelede Schindlers)

In de loop van 1985 werd bij de RET zonder al te veel omhaal afscheid genomen van een materieeltype, dat een tijdlang als visitekaartje voor het bedrijf werd beschouwd. Zelfs buiten de gemeentegrenzen kon men de hier bedoelde rijtuigen een voortrekkersrol toedichten, in die zin dat zich eronder het eerste exemplaar van een moderne gelede stadstram bevond, die de toekomst van de Nederlandse tram zou gaan bepalen. 

NL RoMeO AFB mrt 3029 (1)

[OVV-6003]
RET rijtuigserie 251-274 (enkelgelede Düwags)

Reeds verscheidene jaren behoort de in een helderrode kleur geschilderde Van Nelle tram 319 tot de meest opvallende verschijningen op het Rotterdamse tramnet. Lijkt dit rijtuig naarmate het aantal kleurrijk beschilderde trams steeds verder terugloopt – nog steeds in zijn rol van blikvanger te groeien, de meer geoefende waarnemer zal moeiteloos op nog een ander detail kunnen wijzen, waardoor de 319 een eigen plaats bij de RET mag claimen. Immers, dit dubbelgelede tramstel mag als de laatste overlevende worden beschouwd van een serie enkelgelede rijtuigen, waarvan de aflevering zo’n vijftig jaar achter ons ligt.

NL RoMeO AFB drp 52201

[OVV-6004]
RET rijtuigserie 351-386 (dubbelgelede Düwags)

De technische levensduur van naoorlogse tramrijtuigen mag in het algemeen op ongeveer dertig jaar worden gesteld. De rol van de oudste serie dubbelgelede motorrijtuigen van de RET, de 351-386, die vanaf 1964 het wagenpark in Rotterdam kwam versterken, was halverwege de jaren negentig dan ook zo goed als uitgespeeld.

Maar omdat een aantal belangrijke onderdelen van een tramrijtuig langer meegaat dan dertig jaar, leefde deze serie nog geruime tijd in een andere gedaante voort. In het nu volgende historische overzicht komt dan ook ter sprake op welke budgettair vriendelijke wijze de RET erin is geslaagd de modernisering van zijn wagenpark op het juiste moment in een stroomversnelling te brengen.
Toen in het begin van de jaren zestig de ruim honderdzestig vierassers, die toen de ruggengraat van het wagenpark vormden, hun eerste dertig jaar er alweer ruimschoots op hadden zitten – vooroorlogse tramrijtuigen gingen kennelijk langer mee – , beraadde men zich bij de RET over een efficiënte verjonging van het verouderde materieelpark.

Ovv Werkspoor wagens header 485px

[OVV-6005]
RET rijtuigen serie 601-635 (Werkspoorwagens)

Rond 1960 stond de RET voor de omvangrijke taak om in betrekkelijk korte tijd de 170 motorrijtuigen en de twintig aanhangrijtuigen te vervangen die rond 1930 waren aangeschaft om het op dat moment sterk verouderde, van de RETM overgenomen wagenpark te vernieuwen. Omdat er dertig jaar later om economische redenen behoefte was aan grotere eenheden, waren er ter vervanging minder trams nodig.

©Rotterdams Openbaar Vervoer Museum ©All rights reserved

Website ontwerp en realisatie: SIER Creatie